Elisa Pesapane Serie 2 · Ten afscheid
Een stervende vader geeft zijn volwassen zoon een zinnelijke en tegendraadse levensles over gulheid, verlangen en de grilligheid van het bestaan. Hafid Bouazza bewerkt vrij naar al-Hamadhani, met expressieve tekeningen van Elisa Pesapane. Dit handgemaakte MatchBoox-miniatuurboek telt 20 uitvouwbare pagina’s, zit in een karakteristiek luciferdoosje en wordt geleverd in een luxe geschenkdoos.
In Maqame XLI laat Hafid Bouazza een stervende vader zijn volwassen zoon toespreken over alles wat het leven dreigt te ontnemen wanneer angst, gierigheid en onthouding de overhand krijgen. De vader kent de toekomst niet, maar probeert zijn zoon met woorden voor te bereiden op haar onvoorspelbare vormen.
Zijn raad is geen pleidooi voor voorzichtigheid. Integendeel: hij waarschuwt voor een leven waarin bezit wordt bewaakt, verlangen wordt onderdrukt en ieder risico wordt vermeden. Wie uitsluitend behoudt wat hij heeft, verliest volgens hem juist de rijkdom van ervaring, vrijgevigheid, liefde en genot.
Bouazza schreef de tekst vrij naar Badi’ az-Zaman al-Hamadhani, een klassieke meester van de Arabische maqāma. Het resultaat is een bezwerende rede vol beeldspraak, overdrijving, humor en zinnelijkheid, waarin vaderlijke zorg voortdurend botst met spot, belediging en levenslust.
Kenmerken van dit miniatuurboek
- Een literaire tekst van Hafid Bouazza
- Vrij naar Badi’ az-Zaman al-Hamadhani
- Een sterfbedrede van een vader aan zijn volwassen zoon
- Over gulheid, begeerte, onthouding, rijkdom en levenslust
- Met expressieve tekeningen van Elisa Pesapane
- Vormgeving van Yolanda Huntelaar
- Uitgevoerd als een uitvouwbare leporello
Over Hafid Bouazza
Hafid Bouazza was schrijver, essayist en vertaler. Hij werd geboren in Marokko, groeide op in Nederland en studeerde Arabische taal- en letterkunde. In zijn werk verbond hij de rijkdom van de klassieke Arabische literatuur met een uitgesproken eigenzinnige Nederlandse stijl.
Zijn proza wordt gekenmerkt door muzikaliteit, zinnelijkheid en een grote liefde voor ongebruikelijke woorden en beelden. Bouazza schreef over vrijheid, religie, verlangen, lichamelijkheid en de spanning tussen culturele traditie en persoonlijke onafhankelijkheid.
In Maqame XLI gebruikt hij de klassieke vorm niet als historisch curiosum. Hij maakt er een levendige, tegendraadse tekst van waarin archaïsche wijsheid, erotische verbeelding, spot en existentiële ernst zonder moeite naast elkaar bestaan.
De makers van dit miniatuurboek
Auteur
Hafid Bouazza
Hafid Bouazza bewerkte vrij naar al-Hamadhani een vaderlijke levensles waarin angst voor het naderende afscheid wordt omgevormd tot een oproep tot gulheid, nieuwsgierigheid en genot.
Illustrator
Elisa Pesapane
Elisa Pesapane maakte de portretten, landschappen, dieren en fantastische figuren die de beeldrijke taal van Bouazza volgen zonder haar letterlijk vast te leggen.
Een vader op zijn sterfbed
De verteller ligt op zijn sterfbed en voelt zijn leven uitdoven. Toch richt zijn aandacht zich niet op zichzelf, maar op zijn zoon. Hij wil hem voorbereiden op wat komt, hoewel hij beseft dat de toekomst een fantoom is waarvan niemand de uiteindelijke vorm kan voorspellen.
De vader ontbiedt zijn zoon aan zijn bed omdat ontferming volgens hem altijd bekommernis meebrengt. Liefde uit zich hier niet in geruststelling, maar in bezorgdheid. Hij vertrouwt op het verstand van zijn zoon, maar vreest tegelijk dat die verstandigheid kan omslaan in een te grote beheersing van zichzelf.
Die dubbelheid bepaalt de hele tekst. De vader is bang dat zijn zoon wordt overweldigd door begeerte, maar nog banger dat hij uit angst voor begeerte helemaal niet meer durft te leven.
De tirannie van verlangen
De vader spreekt over de lustvolle ziel, de demon van de hunkering en de zoete kwelling van verlangen. Hij erkent dat begeerte gevaarlijk kan zijn, maar weigert haar uitsluitend als vijand te behandelen.
Wie zichzelf tegen iedere behoefte beschermt door karigheid, slaap en onthouding, draagt volgens hem een kleed waarvan de buitenkant honger is en de voering een lange sluimering. Zelfs een leeuw zou in zo’n vacht zijn kracht verliezen.
Daarmee keert Bouazza een vertrouwde moraal om. Zelfbeheersing is niet automatisch wijsheid en overgave niet automatisch zwakte. De vraag is niet hoe ieder verlangen kan worden gedood, maar hoe een mens ermee kan leven zonder zijn vrijheid te verliezen.
Gierigheid en onthouding
De vader waarschuwt voor twee dieven: Gierigheid en Onthouding. Beide doen zich voor als manieren om rijk te blijven. Gierigheid bewaart het geld, onthouding voorkomt dat het lichaam iets opeist. Toch beroven ze de mens van wat bezit en lichamelijkheid betekenis geeft.
Op munten die nooit worden uitgegeven groeit uiteindelijk een spinnenweb. Slangen en draken kunnen schatten bewaken, maar hebben niets aan het goud waarvoor zij zich laten verwonden en doden.
Ware rijkdom ontstaat volgens de vader niet uit ophoping, maar uit beweging. Bezit krijgt betekenis wanneer het wordt gedeeld; het lichaam wordt levend wanneer het proeft, verlangt en zich laat verrassen.
Vrijgevigheid als levenskunst
Vrijgevigheid verarmt niet eenvoudig degene die geeft en verrijkt niet alleen degene die ontvangt. De vader beschrijft haar als een kracht die beide partijen verandert. Een gedeeld bezit, een ademtocht van verliefdheid of een teder gebaar kan de wereld letterlijk met meer zonnen bestrooien.
De tekst verdedigt daarmee geen gedachteloze verspilling. Het gaat om een houding waarin de mens niet voortdurend berekent wat hij kan verliezen. Wie ieder contact als een transactie behandelt, raakt opgesloten in een leven van strategie.
De vader vergelijkt zo’n bestaan met een schaakbord. Wie alleen beschermt wat hij heeft en verovert wat de ander bezit, blijft zijn hele leven gevangen tussen witte en zwarte vlakken en mist de onverwachte bochten en onverkende zijwegen.
Brood, uien, zoetigheid en verzadiging
Eten wordt in de rede een beeld voor de manier waarop een mens het leven tegemoet treedt. Wie niets durft uit te geven, veroordeelt zichzelf tot brood, uien en azijn. Wie daarentegen alleen het strikt noodzakelijke neemt, maakt van soberheid een doel op zichzelf.
De vader verheerlijkt de verzadiging: eten wanneer de maag al gevuld is, niet uit noodzaak maar voor het genot, met guirlandes en wijde japonmouwen. Overdaad wordt zo een teken van vrijheid tegenover een bestaan dat uitsluitend door nut wordt bepaald.
De tong die eenmaal zoetigheid heeft geproefd, zal zelfs in een droge morsel iets zoets kunnen herkennen. Ervaring verandert de waarneming en vergroot het vermogen om later ook in het eenvoudige rijkdom te vinden.
Een denkbeeldige reis
Tussen twee happen door waait in de tekst de wind van zee en doemt China op, zonder dat een werkelijke reis is ondernomen. De zeilen bollen, de haven opent zich en de nacht vult zich met wijn, brandewijn, muziek, rook en ontmoetingen.
Deze reis bestaat in de taal voordat zij in de wereld bestaat. De vader toont zijn zoon hoe verbeelding het alledaagse kan openen en hoe verlangen een mens naar plaatsen voert die nog niet bereikt zijn.
De haven is niet alleen een locatie, maar een belofte van aankomst, verrassing en zintuiglijkheid. Zij vertegenwoordigt alles wat verloren gaat wanneer iemand zijn leven uitsluitend veilig en berekenbaar organiseert.
Spot als vorm van genegenheid
De vader spreekt zijn zoon aan met een reeks spottende en beledigende benamingen. Hij noemt hem onder meer zoon van een loeder, een sloor of een feeks en betrekt ook diens moeder in zijn scheldpartijen.
Die toon doorbreekt de plechtigheid van het sterfbed. De rede wordt geen verheven testament waarin ieder woord zwaar en eerbiedig klinkt, maar een levendig gesprek waarin genegenheid, ergernis, humor en angst door elkaar lopen.
Juist die spot maakt de verhouding tussen vader en zoon tastbaar. Het afscheid is niet gladgestreken. De vader blijft tot zijn laatste woorden scherp, theatraal en onbetrouwbaar, maar zijn bekommernis is oprecht.
De maqāma als beweeglijke vertelvorm
De klassieke maqāma combineert vertelling, retoriek, rijmend proza, geleerdheid en vermaak. De vorm biedt ruimte aan rondtrekkende figuren, slimme redenaars, bedriegers en vertellers die hun publiek met taal proberen te overrompelen.
Bouazza sluit bij die beweeglijkheid aan. De tekst springt van vaderlijke raad naar dierfabel, van eten naar erotiek en van geld naar een denkbeeldige havenstad. De rede volgt geen strakke redenering, maar ontwikkelt zich door associatie, herhaling en overdrijving.
Daardoor wordt het boekje niet alleen een verzameling levenslessen. Het toont ook de macht van taal om een sterfkamer tijdelijk te vullen met leeuwen, draken, zonnen, zeeën en verre steden.
Onderdeel van Elisa Pesapane Serie 2
Maqame XLI maakt deel uit van Elisa Pesapane Serie 2. De luxe geschenkdoos bevat vier literaire miniaturen van Hafid Bouazza, Hans Dorrestijn, Vic van de Reijt en Pieter Steinz.
Elisa Pesapane tekende voor elk boekje een eigen reeks portretten en scènes. Haar expressieve lijnvoering verbindt de uiteenlopende teksten over literatuur, toekomst, afscheid en levenswijsheid tot één visuele serie.
